Bij pastorale spoed

Telefoon:
06 - 422 02 667


(voor Amsterdam-West)

Draagt u bij?

Wij willen een plek zijn van aandacht en ontmoeting met God en met elkaar. Dat kan niet zonder uw steun.
Geef nu!

Facebook

e-Nieuwsbrief



Pinksteren, ook een werkelijkheid van onze tijd?

29 mei 2020
11:00

“Toen de dag van Pinksteren aanbrak waren allen (de leerlingen, mannen en vrouwen) op dezelfde plaats” (Handelingen 2,1). ‘Allen’, dat duidt dus op een gemeenschap…. En dan verder: “Er verscheen hun iets dat op een vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette.” (Handelingen 2,3). ‘Op ieder van hen’: dat betekent dat de Geest aan ieder persoonlijk gegeven wordt, aan ieder zoals hij of zij is, met zijn of haar eigen talenten, de eigen mogelijkheden en de eigen plaats in de wereld. Op al die mensen, op ieder van hen daalt de Geest van God neer en de leerlingen beginnen te spreken, allen, ieder in zijn eigen taal naar gelang de Geest hen te vertolken geeft.

En dan gebeurt het grote wonder. Al die verschillende mensen van diverse culturen en nationaliteiten die in Jeruzalem bij elkaar zijn, worden aangesproken. Voor ieder van hen is er een blijde boodschap, een goed woord. Hoe is het mogelijk, zeggen ze tegen elkaar, dat zij – mensen uit vele landen – hen verstaan, ieder in zijn eigen taal en hen horen spreken van Gods grote daden. De aanwezigheid van zoveel mensen uit zoveel landen, die ieder worden verstaan in hun eigen taal, geeft aan dat de Blijde Boodschap bestemd is voor de gehele mensheid, voor alle mensen die onze aarde bewonen.

Op deze dag, waarop de geest zich openbaart aan een enorme hoeveelheid mensen, worden zeer veel mensen geraakt door de heilige Geest. Zij begrijpen de Blijde Boodschap. Op die eerste dag laten zich maar liefst 3.000 mensen dopen. Veel van de gedoopten brengen vervolgens de Blijde Boodschap mee naar hun eigen woonplaats en het geloof in Jezus Christus breidt zich zeer snel uit over de toenmalig bekende wereld…… De kerk van Jezus Christus die gesticht was door Jezus op het kruis, wordt met het pinksterfeest concreet gerealiseerd. 31 mei 2020, de dag waarop het wonder van het pinkstergebeuren wordt gevierd, is ook dit jaar weer aangebroken. Is ook nu dit wonder mogelijk, namelijk dat zoveel mensen worden aangesproken door de Blijde Boodschap? Dat kan, als wij de Geest van God aanroepen en als wij hier om vragen.

Als wij om de Geest durven bidden en als wij ons in alle openheid willen inzetten voor de kerk en voor de verkondiging van het geloof, ieder vanuit zijn of haar eigen situatie, in de kerk, in het gezin, op het werk, of waar dan ook. Dan zal ook in onze dagen het pinksterwonder opnieuw kunnen geschieden. Dan kunnen wij zien dat veel mensen zich aangetrokken zullen voelen tot de boodschap van Christus en veel van deze mensen, jong én oud, zullen bemerken dat zij zich door de kerk aangesproken voelen en dat zij de Blijde Boodschap in zich op willen nemen. Veel gebed, liefst gezamenlijk en inzet, is daarvoor nodig.

Ook is een houding van liefde en eensgezindheid voor een (parochie)gemeenschap onontbeerlijk. Liefde trekt de heilige Geest aan. Door liefde en onderlinge verbondenheid kan de Geest werkzaam zijn. De Geest van God kan ons vervullen van wijsheid en inzicht. Het gevoel dat de heilige Geest in een gemeenschap werkzaam is, is van kapitaal belang voor die gemeenschap. Deze zal zich kunnen vernieuwen en zij zal nieuwe inspiratie opdoen. Nieuw leven kan zo in een gemeenschap worden geblazen.
Laten wij ervoor gaan! Laat de heilige Geest in ons werken. Laat ook onze gemeenschap vervuld worden van zijn Geest, dan kan het pinksterverhaal zich – ook bij ons – voortdurend herhalen. Dan zal het Pinksterfeest voor ons allen een zalig Pinksteren zijn. Dat wens ik u allen van harte toe: een zalig Pinksteren!                                                                     Igno Osterhaus, pastor.

Uit de Handelingen van de Apostelen (2,1-11)
Toen de dag van Pinksteren aanbrak,
waren allen bijeen op dezelfde plaats.
Plotseling kwam uit de hemel
een gedruis alsof er een hevige wind opstak
en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van.
Er verscheen hun iets dat op vuur geleek
en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette.
Zij werden allen vervuld van de heilige Geest
en zij begonnen te spreken in vreemde talen,
naargelang de Geest hun te vertolken gaf.
Nu woonden er in Jeruzalem Joden,
vrome mannen,
die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel.
Toen dat geluid ontstond, liepen die te hoop
en tot hun verbazing
hoorde iedereen hen spreken in zijn taal.
Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering:
“Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs?
Hoe komt het dan
dat ieder van ons hen hoort spreken
in zijn eigen moedertaal?
Parten, Meden en Elamieten,
bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië,
van Pontus en Asia,
van Frygië en Pamfylië,
Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene,
de Romeinen die hier verblijven,
Joden zowel als proselieten,
Kretenzen en Arabieren,
wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”

 
© 2020 RK Amsterdam-West      Alle rechten voorbehouden     Realisatie: De Zalige Zalm / Plyworks Media
RSS Inloggen